De Nationale Postcode Loterij werkt samen met UNHCR en WFP aan goed onderwijs voor een generatie van Somalische vluchtelingen in Kenia.

Met de hulp van de Nationale Postcode Loterij willen UNHCR en WFP bijdragen aan de opbouw van een toekomst voor Somalische kinderen en jongeren, aangezien zij de generatie zijn die later het verschil kan maken in hun eigen land.

In de steeds kritieker wordende humanitaire situatie waarin Somalië zich bevindt, zijn de jonge vluchtelingen de zorg maar ook de hoop van UNHCR en WFP. Schoolgaande kinderen en jeugd maken immers een groot deel uit van de vluchtelingenbevolking. Zij zijn de mogelijke leiders van het toekomstige Somalië. Door hen van degelijk onderwijs te voorzien, helpen we mee een fundament te leggen om de kritieke situatie in Somalië te keren.

Na bijna twee decennia van burgeroorlog heeft de Somalische samenleving grote behoefte aan een nieuwe cultuur van tolerantie en vreedzaam samenleven. Beide VN-organisaties begrijpen dat er een lange weg te gaan is, maar zijn bereid de noodzakelijke acties te ondernemen om een echte verandering in de Somalische samenleving teweeg te brengen. Een bijzondere bijdrage als deze van de Nationale Postcode Loterij geeft kansen aan jonge Somalische vluchtelingen zodat ze het lot van hun land in eigen handen kunnen nemen.

UNHCR en WFP beogen met dit voorstel degelijk onderwijs mogelijk te maken voor meer dan 55.000 kinderen en jongeren die leven in vluchtelingenkampen in Dadaab (Kenia). Hiermee bereiken UNHCR, WFP en de Nationale Postcode Loterij samen meer dan de helft van alle schoolgaande kinderen in de kampen. Dit project, indien gesteund door de Nationale Postcode Loterij, biedt een kans om meer kinderen, vooral ook meisjes, naar school te krijgen. Het investeert in degelijk onderwijs gedurende 2011-2012 voor een hele generatie Somalische vluchtelingen in Dadaab, Kenia. Het project wil ook begrip creëren voor het lot van Somalische vluchtelingen in Nederland.

Dadaab PHOTO: © UNHCR / B. Heger / September 2009
Kenya / Somali refugees / 50,000 children in the Dadaab camps are not attending school.
xxxx

Waarom is onderwijs zo belangrijk?

In het verleden maakte onderwijs geen deel uit van het “standaardpakket” in humanitaire noodsituaties. Tegenwoordig wordt onderwijs in de vluchtelingenkampen even belangrijk geacht als basisvoorzieningen - zoals voedsel, beschutting en medische verzorging-. Maar de mogelijkheden voor jonge vluchtelingen om onderwijs - laat staan degelijk onderwijs - te volgen zijn vaak beperkt.

UNHCR en WFP ondersteunen wereldwijd een breed scala aan onderwijsprogramma’s voor kinderen en jonge volwassenen, van de kleuterklas tot hoger onderwijs. UNHCR organiseert daarnaast lessen om volwassenen te leren lezen en schrijven en verzorgt beroepsopleidingen.

Onderwijs is een recht. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zegt dat ‘iedereen recht heeft op onderwijs’. Een aantal andere belangrijke conventies en protocols benadrukken het recht van kinderen op vrij onderwijs. Voor UNHCR en WFP is onderwijs een priorireit, zeker wanneer vluchtelingen gedurende jaren geen mogelijkheid hebben om huiswaarts te keren.

Het recht op onderwijs voor vluchtelingen gaat niet alleen over basisonderwijs. Het gaat ook over toegang tot de kleuterklas, middelbare scholen, hoger onderwijs en beroepsopleidingen.

Dadaab PHOTO: © WFP/Rein Skullerud
xxxx

Onderwijs geeft bescherming. In toenemende mate wordt onderkend dat kinderen die niet naar school gaan hogere risico’s lopen voor hun veiligheid en gezondheid. Zonder opleiding worden kinderen vaker blootgesteld aan uitbuiting door kinderarbeid of prostitutie. Onderwijs doet de kindersterfte dalen. Onderwijs is een middel om jongens en meisjes gelijke kansen te geven. Om te werken aan vrede en verdraagzaamheid. Om kinderen te leren hoe ze landmijnen kunnen herkennen. Om te werken aan het voorkomen van seksueel geweld en HIV/AIDS.

Onderwijs draait ook om het creëren van een veilige omgeving; want een school kan soms weleens de veiligste plek zijn voor kinderen.

Onderwijs is voorbereiden voor de toekomst.

Onderwijs is de basis voor ontwikkeling. Actief deelnemen aan het gemeenschapsleven bevordert ontwikkeling. Het is daarom belangrijk ouders en de gemeenschap te betrekken bij onderwijs. Het streven is om hen te organiseren binnen verenigingen waarbij ouders, leerkrachten en school- of dorpscomités hun krachten bundelen.

Vluchtelingen die geen opleiding hebben genoten, hebben geen uitzicht op een toekomst met enige welvaart. Een vluchteling die geen kans krijgt op een opleiding, zal ontmoedigd raken en en een groter risico lopen betrokken te raken bij illegale activiteiten of activiteiten van milities. Een vluchteling die niet kan lezen, schrijven of zich uitdrukken, zal het veel moeilijker hebben om zijn eigen rechten op te eisen. Onderwijs vormt de basis voor een zelfstandig bestaan. Onderwijs zorgt ervoor dat men als persoon zijn eigen identiteit weet op te bouwen, zelfvertrouwen krijgt, deel uitmaakt van de samenleving en hoop krijgt op een betere toekomst.

Investeren in onderwijs is investeren in de toekomst. Zij die vandaag onderwijs volgen zijn de leiders van morgen. Hoe meer en hoe langer we kunnen leren, des te meer we voorbereid zijn op de uitdagingen die we dagelijks in het leven tegenkomen.

Onderwijs voor Somalische vluchtelingen in Kenia

Dadaab telt momenteel 280.000 vluchtelingen, de meesten van hen zijn Somaliërs (262.000 of 94%). Anderen komen uit Ethiopië, Burundi, Rwanda, Congo (DRC), Uganda of Soedan.

Dadaab bevindt zich in de Noordoostelijke Provincie van Kenia en bestaat uit 3 vluchtelingenkampen: Ifo, Dagahaley en Hagadera. Deze kampen nemen een oppervlakte van 50 km2 in beslag in een semi-droog woestijnklimaat met weinig vegetatie en geen oppervlaktewater.

De vluchtelingenkampen in Dadaab zijn ’s werelds grootste en meest dichtbevolkte kampen ter wereld. Ze werden oorspronkelijk gebouwd om elk aan maximaal 30.000 vluchtelingen onderdak te bieden. Maar op dit moment huisvesten ze gemiddeld drie keer dit aantal. Geschat wordt dat tegen het einde van 2010, er in totaal meer dan 350.000 vluchtelingen zullen wonen.

Gelukkig heeft de lokale gemeenschap besloten 1.370 hectare land extra beschikbaar te stellen aan UNHCR. Zo ‘n 80.000 mensen zullen hierdoor een nieuw onderkomen vinden. Dit stuk land zal gebruikt worden om de bestaande kampen wat minder dichtbevolkt te maken en de nieuw aangekomen vluchtelingen een plek te geven. Er zullen twee nieuwe kampen gebouwd worden die elk zo’n 40.000 vluchtelingen kunnen opvangen. Zij zullen Ifo 2 en Ifo 3 genoemd worden. Nieuwe scholen zullen nodig zijn in beide kampen om zoveel mogelijk kinderen en jongeren van onderwijs te voorzien.

Het verlenen van humanitaire hulp in Dadaab is complex, niet in het minst omdat de burgeroorlog in Somalië en de vluchtelingensituatie in Dadaab al zo lang duren. De bestaande kampen bestaan nu bijna twee decennia en zijn hoognodig aan een opknapbeurt toe. Maar Somalië wordt steeds meer geconfronteerd met donormoeheid, met als gevolg dat er steeds meer op korte termijn gepland wordt. Dat heeft het probleem van veroudering van de kampen in de hand gewerkt. Het verschil tussen noden en middelen in Dadaab wordt steeds groter, met als resultaat dat humanitaire organisaties genoodzaakt zijn om zich te concentreren op middelen die gebruikt kunnen worden om te voorzien in het hoogstnoodzakelijke, namelijk het redden van levens. Met de huidige sterke stijging van vluchtelingen in de kampen, zien UNHCR, WFP en andere humanitaire organisaties in Dadaab zich genoodzaakt de nodige duurzame investeringen te doen die hun nut zullen bewijzen gedurende de komende vijf tot tien jaar.

Met dit voorstel om duurzaam te investeren in onderwijs willen UNHCR en WFP met de hulp van de Nationale Postcode Loterij een antwoord geven op het gebrek aan onderwijsmogelijkheden voor Somalische kinderen en jongeren.

Onderwijs in Dadaab: de huidige situatie

In 1991 werd met het onderwijsprogramma in Dadaab gestart. Er arriveerden toen steeds meer vluchtelingen in Kenia. In 1992 begon ontwikkelingsorganisatie CARE-Kenia met de invoering van een heus onderwijssysteem in de kampen. In het begin bevatte het onderwijs zowel Keniaanse als Somalische vakken. Vanaf 1998 kent het onderwijsprogramma in de kampen dezelfde vakken als alle scholen in Kenia.

Het onderwijs wordt gegeven in de Engelse taal. Het Keniaanse Ministerie van Onderwijs erkent het onderwijs dat wordt gegeven in de kampen, al vallen de scholen niet onder de verantwoordelijkheid van de nationale autoriteiten. Het materiaal dat wordt gebruikt om te studeren en les te geven wordt aangeschaft in Kenia.

Dadaab telt in totaal 102.000 kinderen van schoolgaande leeftijd (vijf tot zeventien jaar oud). Slechts 45.000 of 43% van hen gaan ook effectief naar school. Het aantal inschrijvingen in de basisschool en het middelbaar onderwijs in de Dadaab-kampen is gestegen van 39.800 leerlingen (15.000 meisjes) in 2008 naar 45.000 leerlingen (17.400 meisjes) in 2009. De stijging vond plaats dankzij campagnes over het belang van onderwijs voor meisjes alsook dankzij het voorzien van schoolmaaltijden via WFP. Het voorzien van meer schoolfaciliteiten, zeker de nieuwe basisschool in het Ifo-kamp, hebben de toegang tot scholing vergemakkelijkt. Meisjes werden bovendien aangemoedigd door betere sanitaire voorzieningen, schooluniformen en beter onderwijsmateriaal.

Dadaab heeft 18 basisscholen, alle gelijk verdeeld over de drie kampen.

Er zijn ongeveer 2.000 kinderen die jaarlijks de basisschool afmaken, maar slechts een 600-tal onder hen studeert ook verder.

Er zijn zes middelbare scholen in Dadaab, twee in elk kamp. Dit is echter niet voldoende aangezien het aantal kinderen van middelbare schoolleeftijd toeneemt.

Het aantal kinderen tussen 12 en 17 jaar oud is 35.030. Op dit moment zijn er echter maar 3.000 kinderen die middelbaar onderwijs volgen in Dadaab, onder hen, ongeveer 600 meisjes. Verwacht wordt dat het aantal middelbare scholieren dat daadwerkelijk onderwijs volgt, zal stijgen naar 3.500 in 2011.

De eerste middelbare school werd gebouwd in het Ifo-kamp in 1999. Sindsdien is het aantal leerlingen flink gestegen. Steeds meer kinderen doorlopen de basisschool.

In het middelbare onderwijs zijn er zo’n 85 leerkrachten werkzaam. Slechts 35 onder hen zijn opgeleide Keniaanse leerkrachten. De anderen zijn niet-opgeleide leerkrachten en zelf vluchteling.

De scholen voor middelbaar onderwijs kunnen vernieuwing hard gebruiken. Zij hebben geen bibliotheek, geen computers , soms ook geen electriciteit. Natuur en/of scheikunde lokalen zijn er eigenlijk niet. De onderwijsboeken zijn verouderd. Er zijn er zo weinig dat ze door meerdere kinderen tegelijk gebruikt moeten worden. Voorzieningen voor sport of recreatie zijn schaars. Kortom: zowel de leerlingen als de leerkrachten hebben niet genoeg en geen degelijk materiaal ter beschikking.

Naast de officiële middelbare scholen zijn er ook de zogenaamde “Youth Education Pack” -centra - of de YEP-centra - die voorzien in beroepsopleidingen en lessen om te leren lezen, schrijven en rekenen, voor jeugd tussen de 14 en 21 jaar oud. Er zijn vier YEP-centra, één in elk kamp en één in het plaatselijke dorpje waar ook de lokale Keniaanse jeugd lessen volgen. De vier centra voorzien 600 leerlingen van een opleiding.

Het YEP-programma wordt uitgevoerd door de "Norwegian Refugee Council" in de drie kampen in Dadaab. De jongeren worden er opgeleid tot kapper, kleermaker, electricien, timmerman of bouwvakker.

Er zijn ook drie “Adult Literacy”- centra waar volwassenen geleerd wordt te lezen en te schrijven. In deze centra komen pas gearriveerde vluchtelingen die te oud zijn om middelbaar onderwijs te volgen en die nooit de kans hebben gehad om naar de basisschool te gaan. Op dit moment zijn er zo’n 3.739 volwassenen opgenomen in dit programma.

Zowel op de basisscholen als op de middelbare scholen maakt het “Peace Education Program” (PEP) deel uit van het onderwijsprogramma. Er is één vredesles per week verplicht opgenomen in het lessenpakket. Dit programma in vredesonderwijs werd in 1995 reeds gelanceerd door UNHCR in Dadaab en Kakuma (een ander vluchtelingenkamp in Kenia).

Via het PEP leren jonge vluchtelingen gewelddadige conflicten uit de weg te gaan om zo een vredig samenleven tussen de vluchtelingen en de plaatselijke gemeenschap te stimuleren. De vredeslessen geven aan hen ook de mogelijkheid om nieuwe inzichten en waarden te leren kennen rond het concept vrede.

Dadaab PHOTO: © UNHCR / E. Hockstein / August 2009
Kenya / A makeshift school taught by a high school student in Ifo camp in Dadaab, Northern Kenya. These camps are under immense population pressure as Somalis continue to flood into Kenya to escape violence. There is limited land, housing, schools, and health care for the nearly 300,000 refugees living in an area originally intended to house 90,000 refugees.

Het project: Onderwijs voor een hele generatie Somalische vluchtelingen in Dadaab

De doelstellingen:

Kortweg, dit project heeft als doel een hele generatie Somalische vluchtelingen in Dadaab de mogelijkheid te bieden tot goed onderwijs. Deze generatie krijgt hierdoor de kans om zich te ontwikkelen tot de motor van verandering in hun thuisland.

Het project zal meer kinderen aanmoedigen om naar school te gaan. Het zal jonge vluchtelingen, die dankzij dit project goed onderwijs hebben genoten, stimuleren en aan hen de mogelijkheid geven om opgeleid te worden tot leerkracht. Het zal andere donoren aanmoedigen meer langetermijn investeringen te financieren.

De activiteiten die UNHCR en WFP met dit project willen financieren richten zich op zowel kwalitatieve als kwantitatieve aspecten van onderwijs. Zij zorgen voor langdurige resultaten die ervoor zorgen dat de leerlingen onderwijs genieten dat hen voorbereidt op hun toekomst.

School PHOTO: ©UNHCR / T. Mukoya / October 2009
Kenya / Students at Unity Primary School Community, Dagahaley Camp, Dadaab.

Schoolmaaltijden op de basisschool. Geen enkel kind zou met honger in de schoolbanken moeten zitten. Schoolmaaltijden zijn belangrijk voor kinderen. Studies tonen aan dat het moeilijker is voor kinderen om te leren zonder goede voeding. Waar armoede heerst, zijn families bovendien vaak verplicht de keuze te maken tussen hun kinderen naar school sturen of hen te laten werken. Een degelijke schoolmaaltijd stimuleert dus het leerproces van de kinderen en is een belangrijke drijfveer om kinderen naar school te (blijven) sturen.

School PHOTO: ©WFP/Rein Skullerud/Kenya

Een van de doelstellingen van UNHCR en WFP in de Dadaab vluchtelingenkampen is het verhogen van het aantal schoolgaande kinderen. Verder willen beide partners ervoor zorgen dat er minder verschil is tussen het aantal schoolgaande jongens en meisjes door dagelijks alle kinderen te voorzien van een schoolmaaltijd en de meisjes een portie mee te geven naar huis ("take home ration").

Via dit "school feeding"-programma van WFP willen beide partners 50.000 kinderen op de schoolbankjes krijgen. In de Dadaab vluchtelingenkampen worden deze kinderen gedurende een heel schooljaar voorzien van een voedzame snack, met een mengeling van mais en soja, poedermelk en suiker. De 17.600 schoolgaande meisjes krijgen een portie suiker mee naar huis gedurende het schooljaar.

Jaren van ervaring in het voorzien van maaltijden voor kinderen in de schoolbanken tonen het nut van deze schoolmaaltijden en "take home rations". De aanwezigheid van meisjes op school is gestegen dankzij het aanbieden van voedsel om mee naar huis te nemen (het aantal meisjes in de schoolbanken steeg van 68% in 2007 naar 74% in 2008). Maar ondanks deze stimulerende maatregelen moeten we vaststellen dat er voor elke 100 schoolgaande jongens nog steeds slechts 64 meisjes naar school gaan in Dadaab (terwijl er bijna evenveel jongens als meisjes in de kampen zijn).

Met het "school-feeding"-programma in dit project willen de partners een soort van katalysator zijn voor de regering en de gemeenschap om concrete stappen te nemen en de hulp te bieden die nodig is om de levens van hun burgers te verbeteren. Beide partners hopen de regering via dit project aan te moedigen dit soort programma’s in de toekomst zelf te gaan verzorgen.

Het voorzien in schoolmaaltijden is een wezenlijk element om te komen tot goed onderwijs voor de generatie van Somalische vluchtelingen die we met dit project willen bereiken.

Wat zijn "take-home rations"?

"Take-home rations" maken deel uit van het programma voor schoolmaaltijden en wijzen op porties die de schoolgaande meisjes mee naar huis krijgen voor hun familie. Families krijgen hierdoor meer eten wanneer ze hun kinderen naar school sturen. De porties zijn afhankelijk van de aanwezigheid van de kinderen op de schoolbanken. In sommige landen worden schoolmaaltijden – die kinderen ontvangen tijdens de schooluren – gecombineerd met "take-home rations" voor de meest kwetsbare kinderen zoals meisjes of wezen. Op die manier wordt geprobeerd een grotere invloed te krijgen op het aantal inschrijvingen op school, op het aantal schoolverlaters en kinderen dat zo nu en dan niet op komt dagen, op het leervermogen en op de voedingsgewoonten. De "take-home rations" hebben hun waarde al bewezen, zeker in samenlevingen waar meisjes traditioneel niet de kans krijgen onderwijs te genieten.

Het bouwen van een nieuwe middelbare school. We brachten het reeds eerder naar voren: slechts een klein percentage van de kinderen en jongeren van middelbare schoolleeftijd gaat ook naar de middelbare school. Het aantal kinderen dat de basisschool met succes volbrengt, is de afgelopen drie jaar steeds gestegen. Zoals de situatie nu is, is er op de middelbare scholen maar plaats voor zo’n 600 nieuwe leerlingen die van de basisschool komen, terwijl dat er jaarlijks zo’n 2.000 zijn. In 2009, bijvoorbeeld, voltooiden 2.442 leerlingen de basisschool terwijl er slechts 606 kinderen overstapten naar het middelbaar onderwijs.

Het aantal kinderen dat het basisschooltraject succesvol beëindigt, stijgt. UNHCR is daarom van plan om een nieuwe middelbare school te bouwen om de toegang tot het middelbaar onderwijs te vergroten. De school zal via dit project gebouwd worden in december 2011 op de nieuwe plek genaamd Ifo 3.

Meer opgeleide leerkrachten zorgen voor beter onderwijs. Om de kwaliteit van het onderwijs dat we aanbieden op de kampen te verhogen en de prestaties van de leerlingen in de middelbare scholen te verhogen, zullen via dit project 36 extra opgeleide leerkrachten geworven worden, oftewel zes per school. Meer leerkrachten van Keniaanse afkomst zullen geworven worden om de kwaliteit van het lesgeven te verhogen, zeker omdat de scholen het Keniaanse curriculum volgen.

IFOP secondary school PHOTO: © UNHCR / R. Gangale / May 2010
Kenya / Somali Refugees / Dadaab / Deck Abdullahi, 22, in his classroom at the IFO secondary school. He wants to be a lawyer and hopes to get a a scholarship to Canada. If he doesn't he wants to get one in Kenya. He feels that the main problem for him his that he can't leave the camp and can't work. He arrived in the camp when he was 4 years old from Kisimayo.

Leerlingen en leerkrachten worden voorzien van meer en beter studiemateriaal. Het project voorziet 3.500 middelbare scholieren en 120 leerkrachten van degelijk studiemateriaal. Door het aantal studieboeken te verhogen en het aantal leerlingen per boek te verlagen zullen de prestaties van de leerlingen toenemen. Verder zullen natuur en scheikundelokalen worden ingericht of beter uitgerust worden en zal er recreatiemateriaal aangekocht worden. Kortom: 3.500 leerlingen en 120 leerkrachten zullen de mogelijkheid krijgen degelijk onderwijs te krijgen en te geven.

Het opstarten van een "Accelerated Learning Program" zorgt voor nieuwe kansen. De meeste Somalische jongeren zijn nooit naar school geweest. Zij die willen leren staan vaak voor een hele uitdaging aangezien ze bijvoorbeeld te oud zijn om naar de basisschool te gaan of voor de middelbare school niet genoeg zijn opgeleid. Met de te beperkte mogelijkheden binnen het bestaande Youth Education Pack-programma blijven deze jongeren vaak doelloos achter in de kampen. Daarom is er behoefte aan inhaallessen voor deze wat oudere kinderen via het "Accelerated Learning Program". Wanneer zij deze opleiding zullen volbrengen, zullen ze kunnen deelnemen aan de Keniaanse basisschooltoetsen en doorstromen naar de middelbare school.

Op zijn minst 500 leerlingen kunnen worden voorzien van een snellere basisschoolopleiding. Twaalf opgeleide leerkrachten zullen worden geworven om er voor te zorgen dat 500 kinderen deze opleiding kunnen volgen. Klaslokalen zullen worden gerenoveerd en er zal degelijk studiemateriaal worden aangeschaft voor leerkrachten en leerlingen.

IFOP secondary school PHOTO: © UNHCR / B. Press / July 1999
KENYA / Somali refugees / El Nino school / Dadaab camps

Een toekomst voor jonge volwassenen door uitbreiding van de beroepsopleidingen. Toegang tot beroepsopleidingen of lessen in lezen en schrijven zijn op dit moment beperkt. Slechts zo’n 600 van de 2.000 kinderen die elk jaar van de basisschool komen, gaan verder naar de middelbare school. Dit leidt er vanzelfsprekend toe dat vele van de jonge vluchtelingen die recht hebben op onderwijs niet kunnen doorstromen en mogelijk alleen nog maar in aanmerking komen voor het Youth Education Pack-programma (YEP). Met het groeiende aantal kinderen dat de basisschool met goed succes doorloopt, hoopt UNHCR via dit project een uitbreiding van de YEP-faciliteiten te kunnen realiseren.

Het YEP-programma richt zich op de jeugd die te oud is om naar school te gaan en op hen die niet de mogelijkheid hebben om naar de middelbare school te gaan. Zij zullen via dit programma vaardigheden ontwikkelen die de mogelijkheid geven om zelf een inkomen te hebben en zelfstandigheid op te bouwen. Het programma bevat ook basislessen in het lezen, schrijven en rekenen. Deze jeugd en jonge volwassenen kunnen immers de motor worden van een krachtige sociale economie binnen de vluchtelingenkampen en hopelijk ook in de toekomst binnen een vreedzaam en bloeiend Somalië. Een nieuw YEP-centrum zal worden opgezet in het nieuwe Ifo3-kamp en de bestaande YEP-centra zullen worden uitgebreid.

Op dit moment kunnen 150 leerlingen een opleiding volgen binnen een YEP-centrum. Na uitbreiding kunnen 50 extra leerlingen binnen één centrum lessen volgen. Een nieuw centrum biedt plek aan 200 leerlingen. Met een totaal van vijf centra kunnen we 1.000 studenten de kans geven om specifieke beroepsvaardigheden te leren. De opleiding duurt een jaar.

De activiteiten en doelstellingen in het kort

Activiteiten Doelstellingen Wat willen we
ermee bereiken?
Wie voert
het uit?
Schoolmaaltijden op de basisschool (WFP) 50.000 kinderen op de basisschool zullen een schoolmaaltijd ontvangen en 17.600 meisjes krijgen een "take-home ration" mee naar huis gedurende het hele schooljaar
  • Meer kinderen naar de basisschool
  • Geen enkel kind met honger in de schoolbanken
  • Meer meisjes naar school
CARE
Het bouwen van een nieuwe middelbare school (UNHCR) Een nieuwe middelbare school tegen December 2011 op de nieuwe site. Meer toegang tot het middelbare schoolprogramma. Danish Refugee Council
Het aanwerven van opgeleide leerkrachten voor middelbare scholen (UNHCR) Elke middelbare school heeft op zijn minst zes extra opgeleide leerkrachten. Opmerkelijke verbetering in de resultaten van de leerlingen in de middelbare scholen. Windle Trust Kenya
Voorzien van studiemateriaal voor leerlingen en leerkrachten op de middelbare scholen (UNHCR) 120 leerkrachten en 3.500 leerlingen worden voorzien van degelijk studiemateriaal. Opmerkelijke verbetering in de resultaten van de leerlingen in de middelbare scholen. Windle Trust Kenya
Het opstarten van een "Accelerated Learning Program" (UNHCR) via:
  • Aanwerving van 12 opgeleide leerkrachten
  • Aankoop van boeken en ander studiemateriaal
  • Renovatie van klaslokalen
Minstens 500 leerlingen worden voorzien van een opleiding in de basisschool via het " Accelerated Learning Program" 500 kinderen zullen de basisschool op wat latere leeftijd kunnen afmaken om zo door te stromen naar de middelbare school. CARE
Uitbreiding van de beroepsopleidingen (UNHCR) via:
  • Uitbreiding van bestaande YEP-centra
  • Bouw van één nieuw YEP-centrum
Minstens 1.000 leerlingen zullen een beroepsopleiding krijgen en basislessen in het lezen, schrijven en rekenen krijgen. 1.000 jonge volwassenen krijgen de nodige vaardigheden aangeleerd om een eigen inkomen te krijgen. Norwegian Refugee Council

Zichtbaarheid van het project en aandacht voor Somalische vluchtelingen in Nederland

Het project ‘Een toekomst voor een generatie, een kans voor Somalië’ is een partnerschap tussen twee organisaties, UNHCR en WFP, die beneficiënt zijn van de Nationale Postcode Loterij. Beide partners zien dit project, waarin de nadruk wordt gelegd op onderwijs, als een mogelijkheid om de mensen in Nederland bewust te maken van de situatie in Somalië en de uitdagingen waarmee jonge Somalische vluchtelingen geconfronteerd worden. Vandaar dat het project een communicatieplan verdient.

UNHCR en WFP vinden het heel belangrijk dat de situatie in Somalië en de gevolgen voor de kinderen en jonge volwassenen die hun land hebben moeten verlaten, zichtbaar wordt. De meesten onder hen vluchten naar de buurlanden, zoals Kenia. Slechts enkelen starten een nieuw leven in Nederland of andere Europese landen. Meer zichtbaarheid zal meer begrip en publieke steun tot stand brengen voor Somalische vluchtelingen in Nederland en de problemen die zij kunnen tegenkomen bij hun integratie.

Dadaab PHOTO: © WFP/Rein Skullerud
xxxx

Met dit als doel van het communicatieplan, geloven UNHCR en WFP dat de volgende activiteiten zichtbaarheid zullen geven aan het project en aan zijn partners, evenals aan de donor die het mogelijk maakt:
 

De 60e verjaardag van het Vluchtelingenverdrag van 1951 – de hoeksteen van de bescherming van vluchtelingen wereldwijd - zal volgend jaar gevierd worden. Dit zal automatisch leiden tot meer media-aandacht en zichtbaarheid voor de situaties van vluchtelingen. Alle communicatie-activiteiten hierboven vermeld zullen op een positieve manier beinvloed worden via dit evenement en zal de publieke interesse doen vergroten.

De expertise van de projectpartners

UNHCR logo

UNHCR.De VN Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) werd opgericht op 14 December 1950 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN), met als mandaat het leiden en coördineren van de internationale actie ter bescherming van vluchtelingen. De voornaamste doelstelling van de organisatie is het waarborgen van de rechten van vluchtelingen en het verbeteren van hun welzijn. In dit kader probeert UNHCR ervoor te zorgen dat iedereen het recht op asiel daadwerkelijk kan uitoefenen en een veilig heenkomen kan zoeken in een andere staat. Terugkeer, lokale integratie of hervestiging in een derde land zijn de drie duurzame oplossingen waarnaar UNHCR streeft.

UNHCR is eveneens betrokken bij de bescherming van en hulp aan miljoenen ontheemden die binnen hun eigen land op de vlucht zijn geslagen als gevolg van gewapende conflicten en grootschalige mensenrechtenschendingen. Daar de vluchtelingen- en staatlozenproblematiek vaak hand in hand gaan, verleende de Algemene Vergadering van de VN aan UNHCR eveneens de opdracht om zich over staatlozen te ontfermen. In het bijzonder werd de organisatie opgedragen juridische bijstand te verlenen aan staatlozen en wereldwijd vermindering van staatloosheid te promoten.

De afgelopen 50 jaar heeft UNHCR naar schatting 50 miljoen mensen geholpen hun leven wederom op te bouwen. Op dit moment werken zo’n 6.300 mensen in meer dan 110 landen – vaak in moeilijke of gevaarlijke omstandigheden – om 32,9 miljoen mensen te helpen.

UNHCR logo

WFP. Het Wereldvoedselprogramma, opgericht in 1963, is het agentschap van de VN dat wereldwijd de honger bestrijdt. WFP is de grootste humanitaire voedselhulporganisatie ter wereld en voedt elk jaar gemiddeld 90 miljoen mensen in meer dan 70 landen. De werkzaamheden van WFP variëren van het redden van levens tijdens vluchtelingencrises en andere noodsituaties tot het verstrekken van voeding via een programma zoals “voedsel op school” of “voedsel voor werk”. Andere organisaties doen regelmatig een beroep op het WFP om in de meest afgelegen en soms gevaarlijke gebieden in de wereld hulp te bieden.

Met betrekking tot schoolmaaltijden heeft WFP de voorbije 45 jaar samengewerkt met talloze overheden en NGO’s. Schoolmaaltijden worden doorgaans verstrekt tijdens noodsituaties, bij langdurige hulp alsook in ontwikkelingsverband. Vorig jaar waren er wereldwijd in 68 landen WFP-programma’s met schoolmaaltijden.

Gedurende de afgelopen 45 jaar hebben bovendien 42 landen programma’s met schoolmaaltijden van WFP overgenomen, om zo hun afhankelijkheid van internationale hulp te verminderen. Om die reden heeft WFP met verschillende landen ook strategieën ontwikkeld opdat deze landen de door WFP gesponsorde programma’s zelfstandig kunnen voortzetten en “Home-Grown School Feeding” programma’s kunnen ontwikkelen, die beheerd worden door de overheid en ondersteund worden via aankopen door lokale boeren.

UNHCR en WFP werken vaak samen tijdens noodsituaties en langdurige crises. Op basis van een in maart 1997 herziene samenwerkingsovereenkomst (“Memorandum of Understanding”) voorziet WFP in voedselhulp in vluchtelingensituaties voor vluchtelingenstromen groter dan 5.000 personen. Kleinere groepen, waarvoor de lokale overheid niet kan voorzien in de behoeften, worden doorgaans bijgestaan door UNHCR.

Om vluchtelingen tijdig te voorzien van voldoende hoeveelheden en de juiste soorten voeding, proberen UNHCR en WFP een gezond dieet aan te bieden en in stand te houden via het samenstellen van een evenwichtig en cultureel aanvaardbare “food basket”.

Terwijl UNHCR de verantwoordelijkheid heeft om de voedingsstandaarden en de implementatie van speciale voedingsprogramma’s te bepalen, voeren de twee organisaties samen voedselevaluatie-missies uit en werken ze intensief samen bij de verdeling van voedselporties en bij het opstellen van de planning betreffende het aantal begunstigden.

Waarom mensen vluchten uit Somalië

Gewapende conflicten, het disfunctioneren van de staatsinstellingen en anarchie hebben in Somalië gezorgd voor een van de ergste humanitaire crises in de wereld van vandaag. Dit alles vertaalt zich in onaanvaardbaar lijden van onschuldigde burgers wier rechten dagelijks geschonden worden. Een nieuwe overgangsregering heeft slechts controle over een een heel klein deel van het land (een deel van Mogadishu).

Somalië is op dit moment, bijna twee decennia na het omverwerpen van President Siad Barre, een staat met weinig vooruitzichten op duurzame vrede. Regelmatige geweldsuitbarstingen en voortdurende ernstige schendingen van de mensenrechten dwingen mensen huis en haard te ontvluchten.

Al meer dan een half miljoen mensen zijn gevlucht naar overzeese gebieden sinds het geweld in Somalië in 1991 in alle hevigheid losbarstte. Dit legt een enorme druk op buurlanden als Kenia, Ethiopië en Jemen. Anderhalf miljoen mensen zijn ontheemd in hun eigen land, de meesten in de onstabiele centraal-zuidelijke regio. Honderden sterven jaarlijks bij het oversteken van de Golf van Aden naar Jemen. In 2009 zochten zo’n 17.000 (In 2009 dienden 17.695 Somaliërs een asielaanvraag in in 22 landen van de Europese Unie. Er zijn geen cijfers bekend van Litouwen, Letland, Estland, Slovenië en Finland.) Somaliërs asiel in de landen van de Europese Unie.

In Somalië heeft de helft van de bevolking dringend behoefte aan humanitaire hulp. Een op de vijf kinderen is ondervoed. Minder dan 100.000. van de ontheemde kinderen in eigen land gaan naar de basisschool.

UNHCR en WFP helpen Somalische vluchtelingen zowel in eigen land als in andere landen. In de asiellanden ondersteunt UNHCR de regeringen in het verlenen van internationale bescherming voor vluchtelingen en het bieden van de hoogstnoodzakelijke hulp. Binnen Somalië coördineert UNHCR alle interventies die te maken hebben met bescherming van vluchtelingen en het geven van onderdak en hulp.

De veiligheidssituatie in Somalië wordt alsmaar erger. Verwacht wordt dat vluchtelingen voorlopig niet naar huis kunnen terugkeren.

IFOP secondary school PHOTO: © UNHCR / E. Hockstein / December 2008
Kenya / Thousands of Somali refugees newly arrived in Kenya wait in the early morning for UNHCR to begin registering them as refugees in Kenya. Continuing violence in Somalia has led to more and more Somalis seeking refuge across the border in Kenya, but UNHCR is struggling to cope with the thousands of new arrivals at the camps who need shelter, food, and medical attention.

De organisatie van het project

Coördinatie

Gezien de centrale rol van UNHCR in de ontwikkeling van het partnerschap tussen de twee organisaties in dit project, werd overeengekomen dat UNHCR ook het centrale aanspreekpunt zou zijn voor de projectcoördinatie en de relaties met de Postcode Loterij. UNHCR zal op regelmatige basis vergaderingen beleggen met WFP en een vlotte doorstroom van informatie verzekeren. UNHCR zal alle secretariaatstaken op zich nemen die nodig zijn in het kader van het project, zoals het opmaken van het projectvoorstel, het opmaken van de nodige gezamelijke rapporten en andere noodzakelijke werkzaamheden. Beide partners zijn overeengekomen dat de kosten voor de realisering van de secretariaatstaken en taken voor de coördinatie van het project, werkuren en andere uitgaven doorgerekend worden in het project.

Maandelijkse vergaderingen met betrekking tot de coördinatie van de voedselverdelingen worden bijgewoond in Nairobi door WFP, UNHCR, en andere betrokken partners die werkzaamheden verrichten voor de betrokken vluchtelingen. Informatie wordt uitgewisseld voor en na het verdelen van de voedselpakketten. De projectpartners zijn daarom overtuigd van een vlotte samenwerking ten aanzien van de implementatie van het "school feeding"- programma.

IFOP secondary school PHOTO: © UNHCR /E. Hockstein / December 2008
Kenya / Refugees from Somalia / Children racing in the game they call ‘marathon’ outside of the new arrivals section of IFO camp in Dadaab.

Implementatie

Monitoring van het "school feeding"-programma

De projectimplementatie en uitvoering van het project zien er als volgt uit:


Monitoring van de activiteiten op het gebied van het middelbaar onderwijs , "Youth Education Program" en "Accelerated Learning Program"

UNHCR zal het project uitvoeren met alle betrokkenen, zowel uitvoerende partners als de begunstigden van het project. Dat zal de monitoring vergemakkelijken. Gezien de grote ervaring met dit soort projecten ziet UNHCR geen problemen bij de monitoring.

UNHCR zal controle uitoefenen op alle bouwwerken die uitgevoerd zullen worden in het kader van dit project via "Key Performance Indicators".

Enkele belangrijke elementen in het monitoringsproces:

Rapportering van het project

Elke partner in dit project is verantwoordelijk voor monitoring en rapportering over de activiteiten binnen het project die ze zelf uitvoeren, zowel voor het inhoudelijke als financiële deel. Veranderingen in de geplande activiteiten moeten gemotiveerd worden. Elke beslissing over de inhoud van het project zoals het is ingediend bij de Nationale Postcode Loterij, - zoals verandering in de activiteiten, termijn van het project, of budget - worden op een collegiale manier besproken tussen de partners en naar behoren gecommuniceerd naar de Postcode Loterij.

Halverwege het project zal een rapport worden opgemaakt. Dit zal samen met het eidnrapport aan de Nationale Postcode Loterij worden gepresenteerd. Dit zal de mogelijkheid geven aan de Postcode Loterij om de resultaten van het project grondig te evalueren. De financiële verantwoording zal gebeuren in overeenstemming met de financiële reglementen van de projectpartners. Zowel UNHCR als WFP zullen de financiële elementen van het project controleren via hun reguliere audit procedures en zullen de output ervan delen met de Postcode Loterij op aanvraag.

Mogelijk te verwachten moeilijkheden en risico’s

Risico-beoordelingen

Veiligheidsoverwegingen

Beide vluchtelingenkampen bevinden zich in veiligheidsfase 3. Dit betekent onder meer dat reizen naar deze locaties enkel kan met toestemming. UNHCR en WFP zullen blijvend verzekeren dat: i) politiecontroles worden uitgevoerd in de kampen en begeleiding van politie wordt voorzien; ii) dat de kampen ononderbroken voorzien worden van energievoorzieningen; en iii) dat de veiligheid regelmatig wordt beoordeeld.

Het budget

Basisonderwijs
Schoolmaaltijden voor 50.000 kinderen in de basisschool
"Take-home rations" voor 17.600 schoolgaande meisjes

5dagen per week, één schooljaar: 2011-2012
Eén schooljaar:2011-2012

750.000 €

49.595 €
Middelbaar onderwijs en verder
Het werven van 36 extra opgeleide leerkrachten voor middelbaar onderwijs

Kost in 2011 (april-december)
Kost in 2012

147.904 €
295.809 €
Voorzien van studiemateriaal voor leerlingen en leerkrachten in de middelbare scholen ( 3500 studenten en 120 leerkrachten) Kost in 2011 (april-december)
Kost in 2012
76.300 €
91.560 €
Bouw van een nieuwe middelbare school Kost in 2011 (april-december) 152.600 €
Het opstarten van een "Accelerated Learning Program" via:
  • Het werven van 12 opgeleide leerkrachten
  • Aankoop van boeken en ander studiemateriaal
  • Renovatie van klaslokalen
Kost in 2011 (april-december)
Kost in 2012
45.780 €
76.300 €
Uitbreiding van beroepsopleidingen:
  • Uitbreiding van bestaande YEP-centra
  • Bouw van één nieuw YEP-centrum

Kost in 2011 (april-december)
Kost in 2012

381.500 €
152.600 €
Sensibilisering en visibiliteit in Nederland 150.000 €
Secretariaatskosten 15.000 €
Totaal budget 2.384.948 €

Somalia IDPs and Refugees Map as of July 2010

Maps from UNHCR Mapping unit, July 2010

Xxxxx

xxxxx